Internet en pubers

Veel ouders hebben vragen over het internetgebruik van hun pubers. Het Trimbosinstituut heeft onlangs een brochure gepubliceerd. Deze bevat informatie voor ouders over wat pubers zoal doen op het internet en geeft tips hoe je het internetgebruik binnen de perken kunt houden.

De brochure is hier te downloaden.

Bron: Louise van den Broek, kinder- en jeugdpsycholoog

Bijgeloof: te belangrijk om lacherig over te doen

Even iets afkloppen, toch maar niet onder die ladder doorlopen: we doen er vaak wat lacherig over, maar bijgeloof speelt in het dagelijks leven een belangrijke rol. De UvA-psychologen Frenk van Harreveld, Bastiaan Rutjens en Joop van der Pligt schreven er een boek over: `Dat kan geen toeval zijn’.

Toen Bastiaan Rutjens op tv verscheen om commentaar te geven op de inzegening van de Noord-Zuid-lijn, de Power Balance-bandjes van het Nederlands Elftal, hing uitgeverij Nieuw Amsterdam aan de lijn: of hij een boek wilde schrijven over bijgeloof. `Ik vond het meteen een goed idee’, zegt Rutjens. `Er is vooral in Noord-Amerika veel geschreven over bijgeloof, maar dan alleen over een onderwerp zoals het getal 13 of het geloof in “magic”. Een populair-wetenschappelijk boek over het bijgeloof ontbrak nog.’

Meer lezenBijgeloof: te belangrijk om lacherig over te doen

Psychologen begeleiden kinderen van kankerpatiënten

Psychologen Cindy Verhulst en Katrien Vanhauwaert krijgen positieve reacties op de groepssessies.

In het ASZ-ziekenhuis van Geraardsbergen zijn psychologen Cindy Verhulst en Katrien Vanhauwaert een project gestart waarbij ze kinderen van kankerpatiënten begeleiden. ‘We kregen vaak te horen dat ouders niet wisten hoe ze aan hun kinderen moesten vertellen dat ze een levensbedreigende ziekte hebben.’

Kanker is voor de patiënt loodzwaar om te dragen maar als de zieke ook nog kinderen heeft, wordt het hem of haar soms allemaal te veel. Het ASZ stelt daarom een begeleidingsruimte ter beschikking voor groepssessies waarbij de pyschologen Cindy Verhulst en Katrien Vanhauwaert ook de kinderen van de kankerpatiënt bij de therapie betrekken.

‘Tijdens de behandeling van de patiënten in de dagkliniek kregen we vaak te horen dat ze niet wisten hoe ze aan hun kinderen moesten vertellen dat ze een levensbedreigende ziekte hebben. En als ze het slechte nieuws al melden, reageren de kinderen vaak verward en boos. Hoe moet de ouder daar mee omgaan? Daarom vroegen de patiënten aan de verpleging en psychologen hoe ze dat moesten aanpakken’, zeggen Verhulst en Vanhauwaert.

‘Mensen die te horen krijgen dat ze kanker hebben, zijn daar emotioneel van ondersteboven en vinden bij ons de steun en begeleiding die ze nodig hebben om hun kinderen erbij te betrekken. Kanker is nog altijd een taboe en soms wil men de kinderen sparen door het niet te vertellen. Maar in de sessies blijkt nu dat de jongeren heel positief reageren en achteraf is het in het gezin ook makkelijker om over de ziekte te praten. Het thema is bespreekbaar en er wordt zelfs met de kinderen overlegd wat er te gebeuren staat als mama of papa de ziekte niet overleeft.’

De groepssessies zijn een succes en dat komt doordat ze aangepast zijn aan de specifieke noden van de deelnemers. De reacties van ouders en kinderen waren zeer positief.

Knuffel

‘Mijn kind durft me opnieuw te knuffelen’, liet een blije mama weten en een van de kinderen vertelde fier: ‘Ik ben niet alleen, de andere kinderen begrijpen mij.’

De vragen van de jonge deelnemers uit de eerste sessies worden gebundeld in een kinderboek over kanker en dienen ook als basis om behandelingsmethodes verder te ontwikkelen.

Belgen tevreden over dienstverlening psychologen

Ongeveer 68 procent van de Belgen die de voorbije drie jaar een psycholoog of psychotherapeut opzochten, zijn hierover zeer tevreden.

Ongeveer 68 procent van de Belgen die de voorbije drie jaar een psycholoog of psychotherapeut opzochten, zijn hierover zeer tevreden. Psychiaters halen 60 procent tevredenheid en huisartsen 54 procent. In dezelfde volgorde werd ook bij de behandeling van de problemen de meeste vooruitgang geboekt. Dat blijkt uit een enquête door Test-Aankoop waarbij 995 Belgen bevraagd werden.

Iets minder dan de helft (43 procent) van de bevraagden met emotionele problemen zette de afgelopen drie jaar de stap naar een professionele hulpverlener, wat meer is dan bij een gelijkaardige enquête uit 2002 (33 procent). Huisartsen (33 procent) worden nog steeds het meest gefrequenteerd, gevolgd door psychologen en psychotherapeuten (30 procent) en psychiaters (17 procent).

76 procent van de ondervraagden zocht overigens steun bij familie, vrienden en collega’s. 23 procent nam contact op met een geestelijke. Zes op de tien zocht hulp voor een depressie. Ook angst, slaapstoornissen en relatieproblemen zijn vaak redenen om hulp te zoeken.

Ondanks aandringen door personen uit de omgeving zocht 20 procent geen professionele hulp. In 15 procent van de gevallen had dit te maken met financiële aspecten. Ook bij degenen die wel beroep deden op hulp, beïnvloedde geld de duur en frequentie van de raadplegingen.

Bron: Knack.be

Webdesign, Hosting & Support door Webdiensten ZZP.